-
1 leed
leed1〈 het〉♦voorbeelden:het leed van de oorlog • the evils of warhet leed is weer geleden • that wasn't so bad, was it?————————leed21 〈 bijvoeglijk naamwoord〉 sorry ⇒ 〈 afgunst〉 envious, 〈 bijwoord〉 with sorrow, 〈 afgunst〉 enviously, 〈 misnoegen〉 with disfavour♦voorbeelden:1 iets met lede ogen aanzien • look upon something with envy/sorrow -
2 iemand leed doen
iemand leed doenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemand leed doen
-
3 kwaad
kwaad1〈 het〉♦voorbeelden:hij doet geen vlieg kwaad • he wouldn't hurt a flyvan geen kwaad weten • be completely innocentik zie daar geen kwaad in, daar steekt geen kwaad in • I don't see any/there's no harm in thatvan kwaad tot erger vervallen • go from bad to worsekwaad stichten • do harm/damagehet kwaad was al geschied • the damage had already been donedat kan geen kwaad • it can't do any harmzij bedoelt daar geen kwaad mee • she doesn't mean any harmvan twee kwaden de minste kiezen • choose the lesser of two evils————————kwaad23 [boos] angry♦voorbeelden:het was lang niet kwaad • that wasn't (at all) badhet te kwaad krijgen • be overcome (by); 〈 emoties〉 break down; 〈 in 't nauw gedreven〉 be hard pressed2 ze bedoelde er niets kwaads mee • she meant no harm/offencehet is niet kwaad bedoeld • that isn't/wasn't meant badlyzich kwaad maken, kwaad worden • get angryiemand kwaad maken • make someone angryhij wordt snel/niet snel kwaad • he has a quick/slow tempervreselijk kwaad • hopping madkwaad zijn op/om iemand/iets • be angry at/with someone/at/about something¶ aan hem heb je een kwaaie • he's a nasty/ugly customerII 〈 bijvoeglijk naamwoord〉♦voorbeelden:hij is de kwaadste niet • he's not a bad guy -
4 boos
7 [verderfelijk] evil, wicked, corrupt, depraved♦voorbeelden:in een boze bui • in a fit of angerboos kijken (naar iemand) • scowl (at someone)iemand boos maken • make someone angryje moet niet boos worden • don't be angryzich boos maken om iets • get angry about somethinghij is boos op zichzelf • he's angry at himselfboos worden op iemand • get angry at someonehet was geen boze opzet • there was no harm intendedboze tongen • evil tongues -
5 afbreuk
♦voorbeelden:afbreuk doen aan • harm, damagehet doet een beetje afbreuk aan het geheel • it does spoil the effect somewhat -
6 belang
2 [belangstelling] interest (in)♦voorbeelden:het is in je eigen belang • it's in your own interesttegengestelde belangen hebben • have conflicting interestsiemands belangen behartigen • look after someone's interestsbelang(en) hebben in een bedrijf • have an interest in a companybelang bij iets hebben • have an interest in somethinghij heeft er alle belang bij het te verzwijgen • he has every reason to keep it quietiemands belangen schaden/benadelen • harm/prejudice someone's interestsin het belang van uw gezondheid • for the sake of your health2 belang stellen in • be interested/take an interest ineen zaak van ondergeschikt belang • a matter of minor importanceveel belang hechten aan iets • set great store by somethingde presentatie is daarbij van groot belang • the presentation matters greatly -
7 het goed/kwaad met iemand menen
het goed/kwaad met iemand menenmean well towards someone, mean someone harmVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > het goed/kwaad met iemand menen
-
8 menen
1 [in ernst bedoelen] mean3 [veronderstellen] think♦voorbeelden:1 dat meen je niet! • you can't be serious!ik meen het! • I mean it!het was goed gemeend • it was meant wellhet goed/kwaad met iemand menen • mean well towards someone, mean someone harm3 ik meende hem te moeten waarschuwen • I thought/felt I ought to warn himhij meende te weten dat … • he understood that …ik meende dat … • I thought … -
9 naam
♦voorbeelden:een man van naam • a man of repute/standingiemand met naam en toenaam noemen • mention someone by (his full) namede eigen naam • one's maiden namehet kan nadelig zijn voor zijn goede naam • it may harm his reputationeen goede/slechte naam hebben • have a good/bad reputation/namedaardoor heeft het beroep een slechte naam gekregen • this has given the profession a bad namezijn naam eer aandoen • live up to one's reputation/namede rol waarmee hij naam heeft gemaakt • the role that made his namedat mag geen naam hebben • that's not worth mentioningde naam hebben (van) rijk te zijn • be said to be richlaat mijn naam erbuiten • leave my name out of thiszijn hond luistert naar de naam Mao • his dog answers to (the name of) Maonaam maken • make a name for oneself (with/as)een collega wiens naam ik niet zal noemen • a colleague who shall remain namelesszijn naam ophouden • live up to one's name/reputationzijn naam ergens onder zetten • sign one's name to somethingde dingen bij de naam noemen • call a spade a spadehij is in naam eigenaar • he is nominally the owner/the owner in name (only)vrij op naam • no legal charges, no law costseen cheque uitschrijven op naam van • make out a cheque tozij heeft vier boeken op haar naam staan • she has four books to her namehet huis staat op zijn naam • the house is in his namete naam stellen van • put in the name often name van, op naam van • in the name ofuit mijn naam • from me, on my behalfiemand van naam kennen • know someone by namewat was uw naam ook weer? • what did you say your name was?de grote namen in het peloton • the big names among the packin naam der wet • in the name of the lawmet name • particularly, in particular -
10 aantasten
2 [aanvallen] attack♦voorbeelden:die geruchten tasten onze goede naam aan • those rumours tarnish our good nameiemand in zijn eer aantasten • injure someone's honour -
11 benadelen
♦voorbeelden:zich benadeeld voelen • feel badly done by -
12 berokkenen
-
13 gevaar
2 [hachelijke toestand] danger3 [risico] risk♦voorbeelden:1 het gele/rode gevaar • the yellow/red perilzich aan gevaren bloot stellen • expose oneself to dangerser dreigt gevaar • danger threatens, there is dangerhij is een gevaar op de weg • he's a menace on the roadsgevaar lopen • be in dangerzorg ervoor dat ze geen gevaar lopen • keep them out of harm's wayhet gevaar trotseren • defy dangergevaar vermoeden/ruiken/bespeuren • sense/scent dangergevaar vormen/opleveren (voor) • be a danger (to)in gevaar zijn/verkeren • be in dangermet gevaar voor eigen leven • at (the) risk of one's lifemet groot gevaar voor • at great risk tohij is een gevaar voor de maatschappij • he is a public menacehet is niet zonder gevaar • it is not without its dangerser is geen gevaar bij • there is no dangerer bestaat (het) gevaar dat • there is a risk thatpas op, gevaar! • beware, danger!de zieke is buiten gevaar • the patient is out of dangeriemand/iets in gevaar brengen • endanger someone/something3 het gevaar lopen te/dat • run the risk of/thatop (het) gevaar af • at (the) risk ofiets doen op het gevaar af • risk/chance (doing) something, take a chance on (doing) something -
14 iemand afbreuk doen
iemand afbreuk doenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemand afbreuk doen
-
15 iemand schade/leed berokkenen
iemand schade/leed berokkenencause someone harm/sorrowVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemand schade/leed berokkenen
-
16 iemand zwaar lichamelijk letsel toebrengen
iemand zwaar lichamelijk letsel toebrengenVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemand zwaar lichamelijk letsel toebrengen
-
17 iemands belangen schaden/benadelen
iemands belangen schaden/benadelenharm/prejudice someone's interestsVan Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels > iemands belangen schaden/benadelen
-
18 letsel
1 injury♦voorbeelden:iemand zwaar lichamelijk letsel toebrengen • inflict grievous bodily harm on someonelichamelijk letsel oplopen • sustain physical injuryhij is er zonder letsel afgekomen • he escaped without injury -
19 schenden
-
20 vlieg
См. также в других словарях:
it wouldn't harm someone to do something — it wouldn’t harm someone to do something mainly spoken phrase used for saying what you think someone should do, especially when you are angry It wouldn’t harm you to listen once in a while! Thesaurus: ways of encouraging or telling someone to do… … Useful english dictionary
it wouldn't harm someone to do something — mainly spoken used for saying what you think someone should do, especially when you are angry It wouldn t harm you to listen once in a while! … English dictionary
harm — harm1 [ harm ] noun uncount ** injury, damage, or problems caused by something you do: projects that lead to environmental harm do/cause (someone) harm: The occasional piece of candy doesn t do you any harm. The new law is likely to do… … Usage of the words and phrases in modern English
harm — I UK [hɑː(r)m] / US [hɑrm] noun [uncountable] ** injury, damage, or problems caused by something that you do projects that lead to environmental harm do/cause (someone) harm: Eating sweets occasionally doesn t do children any harm. The new law is … English dictionary
harm a hair on someone's head — harm a hair on (someone s) head to hurt someone. He adores the girl he wouldn t harm a hair on her head. (often negative) If he so much as harms a hair on her head, I won t be responsible for my actions … New idioms dictionary
harm a hair on head — harm a hair on (someone s) head to hurt someone. He adores the girl he wouldn t harm a hair on her head. (often negative) If he so much as harms a hair on her head, I won t be responsible for my actions … New idioms dictionary
someone wouldn't harm a fly — someone wouldn’t hurt/harm a fly spoken phrase used for saying that someone is very gentle and would not do anything to hurt or upset anyone Terry may look tough, but he wouldn’t hurt a fly. Thesaurus: kind and gentle and sensitivesynonym… … Useful english dictionary
Harm Ottenbros — (born 27 June 1943 in Alkmaar) is a former Dutch road bicycle racer who raced as a professional from 1967 to 1976. Ottenbros is best remembered for capturing the gold medal and rainbow jersey at the 1969 world cycling championship road race in… … Wikipedia
harm — harm1 S3 [ha:m US ha:rm] n [U] [: Old English; Origin: hearm] 1.) damage, injury, or trouble caused by someone s actions or by an event ▪ Modern farming methods have done considerable harm to the countryside. ▪ Socks that are too tight can cause… … Dictionary of contemporary English
harm — [[t]hɑ͟ː(r)m[/t]] ♦♦♦ harms, harming, harmed 1) VERB To harm a person or animal means to cause them physical injury, usually on purpose. [V n] The hijackers seemed anxious not to harm anyone. Syn: injure, hurt 2) N UNCOUNT: oft N to n … English dictionary
harm — 1 noun (U) 1 damage, injury, or trouble caused by someone s actions or by an event: do harm to: Modern farming methods have done considerable harm to the countryside. | do more harm than good (=cause even more problems rather than improving the… … Longman dictionary of contemporary English